De vijftiger zat, na een dag vol van inspanning, de regionale krant van gisteren te lezen in zijn favoriete fauteuil. "Who wants yesterdays papers,"zongen de Stones in de jaren zestig,maar hem boeide het niet. Zijn leefervaring had hem geleerd dat de geschiedenis zich herhaalt, dag na dag, jaar na jaar. Het zei iets over de toestand van zijn gemoed. Hij was een rustige man geworden, zonder al te veel zorgen en even gluurde hij over de rand van het papier en keek hij naar zijn geweldige vrouw die de Burda bestudeerde, De krant en het tijdschrift waren wederkerende rituelen, net zoals het roken van de pijp. die geurde naar toffee.
Het plotseling opkomend gevoel in zijn lichaam, kon zijn geest niet plaatsen, maar was hem niet onbekend. Het was een overschrijding van de tijd, een enorme sprong naar het verleden, zijn jeugd, de jaren van kinderlijke onbezorgdheid. Een verlangen, dat werkte als een rem op de weg naar het bejaard worden, wie weet wel een demente en de gedachte bezorgde hem de rillingen over zijn lijf. Even overwoog hij zijn gevoelens te delen met zijn vrouw Elizabeth, maar overtuigd als hij al was van haar antwoord, hield hij zich wijselijk stil. "Het zal de leeftijd wel wezen, Harry," zou ze zeggen en hij wist dat ze gelijk had. Zijn blik richtte zich weer op zijn krant en een herinnering van een kwajongen kwam boven. Nooit zou hij meer vergeten hoe zijn vader in de rokersstoel zat de Twentsche Courant te lezen en hij, Harry, die zelfde krant had aangestoken met een Zwaluw lucifer.Hoe dankbaar was hij de Heer geweest dat een eind verderop een hooiberg had gestaan waarin hij zich een halve dag had verstopt.
Harry vouwde de krant tot een pakketje, gooide het in de kachel en liep toen naar de oude grammofoonspeler. Even keek Elizabeth op van haar tijdschrift en hij beantwoordde haar blik met een uitdagende knipoog. Harry poetste de langspeelplaat met zijn mouw en het blauwe label van Decca werd weer toonbaar, Even later klonk de rauwe stem van Mick Jagger door de warme huiskamer met 'Time is on my side.' Hij pakte de hand van zijn vrouw, schoof met zijn voet wat stoelen aan de kant en leidde haar naar het midden van de kamer. Met zijn neus in haar roodbruine haren schuifelden ze in de nacht.Hij rook de geuren van het bos, de vogels, de konijnen en de vos. Hij rook de modder, de bladeren in de herfst, het kampvuur en de muffe tent, de geur van de bloeiende heide na een verfrissende bui en heel even was hij weer Harry Tarzan met zijn Jane Elizabeth.
Harry en Elizabeth wilden niet terug naar het verleden. Ze genoten van de momenten van tevredenheid, het proces van het ouder worden, de zon, de regen, sneeuw en de dauw in de prille ochtend. Ze geloofden in het leven, de echtheid van het bestaan en in een nieuwe wereld en...zeker, jazeker, ze leefden nog heel erg lang en gelukkig.
Frank
Geen opmerkingen:
Een reactie posten