Translate

vrijdag 24 augustus 2012

De schrijver kan niet dichten

Gisteren hoorde ik dat een schrijver niet kan dichten,
 maar...
ik heb een potlood, zei de timmerman..
maar...
wel eentje waar ik niet mee schrijven kan.
Ieder zijn talent, wie je dan ook bent,
dicht ik dan maar...hoewel ik wel schrijven kan,
net zoals die timmerman.
met een potlood om te krassen
en een keet voor het klaverjassen
Ook fluit ik naar de vrouwen
leg ik de balken in het lood
maar eens zal het berouwen
moet ik leven van het water
en eet ik nog enkel brood
hartstikke dood,
viel de piloot
omdat hij in de cockpit zat te dichten
over schitterende vergezichten
en toen het water veranderde in rode wijn
wilde ik enkel nog een schrijver zijn.

vrijdag 10 augustus 2012

Ave Maria

Het is klaar.
Het kapelletje bij ons, achter in de tuin
In het midden staat onze moeder Maria, met op haar arm peuter Jezus.
Elke avond branden er kaarsjes, uit respect, hoop en geborgenheid.

De buren, gereformeerd en volgens zeggen vrijgemaakt, begrijpen er niets van maar vinden het prachtig.
Af en toe worden Maria en haar zoon omver gekegeld door een verdwaalde voetbal, maar haar glimlach blijft altijd vriendelijk.




"Losin' my religion," zong REM ooit en zo is het mij ook vergaan.
De gezamenlijke viering ben ik ontgroeid, met alle respect voor de trouwe kerkgangers.
Terugdenkend aan mijn katholieke gang in een kolossale kerk, denk ik aan kaartende kroeglopers achterin en krenterige boeren in de voorste rijen.
Geloven is een persoonlijke beleving waar niemand aan kan tornen.
Geen moderne dominee of een bestraffende pastoor
Ik geloof in onze Moeder, voor eeuwig, die ik elke avond voor het slapen gaan nog even een groet breng.
Ave Maria.


donderdag 9 augustus 2012

The hangin' judge

Vandaag was het dan zo ver,
Vanochtend, om iets preciezer te zijn.
Om kwart voor negen op de fiets naar stad Groningen, naar de rechtbank.
Gek genoeg was ik helemaal niet nerveus. Komt van de jaren, denk ik dan. De ervaring van het leven vertelt mij dat het zich telkens weer herhaalt, hoewel het niet echt went.

Het was druk in de wachtkamer.
De bode vertelde dat er nog drie wachtenden voor mij waren.
Twee van hen stonden binnen een tijdsbestek van 20 seconden weer buiten de deur.
Waarschijnlijk waren het oude bekenden van de 'judge.'
Nummer drie deed het ietsje beter en verbleef er ruim drie minuten, tot hij met een kop van zeven dagen onweer naar buiten kwam.

De rechter was een strenge man op leeftijd.
"Zo, zo, dus u wilt de tandartsrekening niet betalen," zei hij met gefronste wenkbrauwen.
"Ik heb de rekening al betaald, edelachtbare, een jaar geleden al."
Ik overhandigde hem het bankafschrift en vervolgde met de woorden.
"Maar we leven nu eenmaal in een land van premiejagers."
"Wilt u zich nader toe lichten!"
"Zuid-Afrika, Suriname, slavenhandel, VOC, IOC, de Zilvervloot en niet te vergeten de incassobureaus."
"Ik lees hier dat u wel te laat heeft betaald."
"Beter te laat dan nooit, edelachtbare,"en warempel, er verscheen een glimlach op zijn strenge gelaat.
"Daar is de deur, ik zal het voor u regelen."
Als een jongetje schoot ik overeind en maakte dat ik weg kwam.
Het kostte me de hele terugweg om mijn gedachten te ordenen en kwam uiteindelijk tot de slotsom dat de wereld zo slecht nog niet was.