Vandaag was het dan zo ver,
Vanochtend, om iets preciezer te zijn.
Om kwart voor negen op de fiets naar stad Groningen, naar de rechtbank.
Gek genoeg was ik helemaal niet nerveus. Komt van de jaren, denk ik dan. De ervaring van het leven vertelt mij dat het zich telkens weer herhaalt, hoewel het niet echt went.
Het was druk in de wachtkamer.
De bode vertelde dat er nog drie wachtenden voor mij waren.
Twee van hen stonden binnen een tijdsbestek van 20 seconden weer buiten de deur.
Waarschijnlijk waren het oude bekenden van de 'judge.'
Nummer drie deed het ietsje beter en verbleef er ruim drie minuten, tot hij met een kop van zeven dagen onweer naar buiten kwam.
De rechter was een strenge man op leeftijd.
"Zo, zo, dus u wilt de tandartsrekening niet betalen," zei hij met gefronste wenkbrauwen.
"Ik heb de rekening al betaald, edelachtbare, een jaar geleden al."
Ik overhandigde hem het bankafschrift en vervolgde met de woorden.
"Maar we leven nu eenmaal in een land van premiejagers."
"Wilt u zich nader toe lichten!"
"Zuid-Afrika, Suriname, slavenhandel, VOC, IOC, de Zilvervloot en niet te vergeten de incassobureaus."
"Ik lees hier dat u wel te laat heeft betaald."
"Beter te laat dan nooit, edelachtbare,"en warempel, er verscheen een glimlach op zijn strenge gelaat.
"Daar is de deur, ik zal het voor u regelen."
Als een jongetje schoot ik overeind en maakte dat ik weg kwam.
Het kostte me de hele terugweg om mijn gedachten te ordenen en kwam uiteindelijk tot de slotsom dat de wereld zo slecht nog niet was.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten