Translate

vrijdag 26 april 2013

zigzagzager: De hengelbouwer uit Enumatil

zigzagzager: De hengelbouwer uit Enumatil: Het is het dorpje Enumatil in Groningen, met pakweg 500 inwoners, waar Martin een nieuwe draai aan zijn leven heeft gegeven. Na jaren gewe...

donderdag 7 februari 2013

Heiligschennis

"Het geld zit bij de oudjes!"
Het balletje, opgegooid door Samson, is gaan rollen.
Zoals altijd ontstaat er een ordinaire discussie die niet relevant en onacceptabel is.

"Afblijven, Samson," roep ik.
"Drees zou zich omdraaien in zijn graf!"
"Met een vertekend beeld van misleidende woorden, steel je van een generatie die keihard heeft gewerkt voor de centen."

"Ik hoef het toch niet uit te leggen, beste te gekke  mensen?"
Het gevoel van onrechtvaardigheid, vernedering, stank voor dank, een schop na, afgedankt, versleten zijn, weg geslagen grond onder de voeten, verdriet, machteloosheid, woede, het mes in de rug, zorgen, angst, een moord plegen, stelen, bescherming....nee toch?
Zie ik Samson en Rutte, ik kan het niet helpen, dan zie ik de blanken in Zuid-Afrika."

Het gouden horloge, het bescheiden artikel in de krant en de toespraak van de burgemeester.
Het was de droom van Dina en Henk, die tien jaar geleden werkelijkheid werd.
Het was de bekroning van een levenswerk, een volbrachte taak, gewaardeerd door de samenleving.
Een stukje aanzien, een beetje trots, een beetje geld...een tweedehands kampeerautootje zat er wel in.
Tot de brief van gisteren...
Twee Hollandse harten van goud braken in stukjes en de pijn was niet te beschrijven....





woensdag 6 februari 2013

Het verlies van een Hollands hart

Eerlijk is eerlijk en ik zeg het telkens weer, hardop.
Nederland is rijk geworden door slavenhandel en diefstal en door de eeuwen heen is er eigenlijk niet zoveel veranderd. Sinds de VOC en VIC zwerven Hollanders nog steeds over de wereld, mobiel als ze zijn. In het land wordt gedoogd, zo op het oog een vriendelijke eigenschap, maar in werkelijkheid is het de gedachte van het vrije spel. Het spel rond de knikkers, met een knipoog en een glimlach, het spel zonder regels.

Nu, in de tijd van een toch zware crisis, zie ik dit trekje weer.  In een tijd van de broekriem, signaleer ik dat die Hollander niet op staat, niet met zijn vuist op de tafel slaat, zo verlamd  hij is als gedoogde en zo bang om te vreten van de straat. Er op rekenend dat het wel weer goed komt, vergeet hij een punt.

Hij is geen Hollander meer, hij is een Europeaan nu, een onderdaan van Brussel, verraden door zijn partij.
De harde gulden concurreert niet meer met de D-mark. Beatrix maakt plaats voor haar zoon, er blijft niets meer over om nog trots op te zijn. Ooit hadden we de DAF, Duwen Anders Fietsen, zeiden we toen gekscherend, maar we hadden hen wel! Eens waren er grenzen en waar grenzen zijn, zijn smokkelaars.
We hadden het gezin, als hoeksteen van onze samenleving, de kolenboer en de melkboer en een zorgstaat zonder criminelen. We hadden Drees, op wie je kon vertrouwen en afwasmiddel Ajax met een sleutelhanger van Cruijffie.  Vijftien miljoen mensen, op dit hele kleine stukje aarde, die jaag je niet het keurslijf in, die laat je in hun waarde.

Mijn Hollandse hart bloedt.
Mijn trots trotseert niet meer.

zaterdag 2 februari 2013

Verwant met een straathond

Het was in het jaar 1992 toen ik werkte in Frankrijk aan een project voor jongeren. Jongeren met gedragsproblemen, waarvan de meeste een strafblad hadden.

De dag was prachtig, toen ik vroeg in de ochtend de rits van mijn tent open trok om de nieuwe dag te groeten. Over de weilanden keek ik uit naar het kleine dorp, dat in oorlogstijd werd gebruikt door het Franse verzet en waar nu de jonge mensen sliepen om aan een nieuwe toekomst te bouwen. Het vuur naast de tent gloeide nog en was een aangename verwelkoming op een frisse en vochtige ochtend in mei.
Even later wandelde ik over de smalle landweg naar het dichtstbijzijnde dorp, waar ik bij de bakkersvrouw aan ging voor een grote kop koffie en brood. Nooit in mijn leven had ik mij zo goed gevoeld.

Op de weg terug kreeg ik gezelschap. Achter mij aan trippelde een kleine hond, dolblij en oerlelijk. In het dorp aangekomen werd het beest al snel opgepikt door een groepje meisjes en meegenomen naar hun rovershol. De rest van de dag was ik het dier vergeten, tot ik bij de kleine rivier de geluiden hoorde van gillende en schreeuwende jongeren. Toen ik daar ter plekke was, zag ik wat de oorzaak was van de consternatie. Het straathondje draaide, vastgeknoopt aan het waterrad, snelle rondjes boven en kopje onder in de kleine rivier. Het was de snelste methode voor een efficiĆ«nte wasbeurt.Toen we het beest uit zijn benarde positie bevrijd hadden, toonde het nog een keer zijn onbegrensd goedaardig karakter, door een  poging te doen zijn staartje te laten kwispelen. Toen sloot hij voor altijd zijn bruine ogen.

De ter aarde bestelling was sober en verdrietig. Het hondje kreeg een eervolle plek bij de wildkampeerders, toepasselijk en thuis." Heden ik, Morgen gij,"  was de geverfde tekst die op het houten plankje prijkte, dat boven hem was gespijkerd. De goden in Frankrijk waren verwant met een straathond, een aandoenlijk moment in een oneindig heelal.

zaterdag 26 januari 2013

Het voorportaal van de hel

Het was in mei 1944 toen een afgrijselijke gil de mensen op de Grote Markt deed verstijven.
Allen keken omhoog naar de tweede verdieping van het Scholtenhuis en de woede was op hun gezichten te lezen. Het waren de honden van de SD die bezig waren met het verhoor van een verzetsstrijder.De zoveelste  keer al en er was niemand die er iets tegen kon doen.
Enkele minuten later knalde de voordeur open en werd de hevig bloedende S naar buiten gesleept door twee nazi's, die hem in een gereed staande auto trapten.Niemand heeft hem ooit nog gezien.

De SD, de Deutsche Sicherheitsdienst, had zich genesteld in het Scholtenhuis in Groningen en waren er niet uit te krijgen, als ratten in een hoop mest.Vergezeld van een paar verraders uit Nederland, onder wie Klaas Faber, maakten ze jacht op de verzetsstrijders uit de regio en vaak met succes. De SD was gevreesd, meer nog dan de SS en SA en stond bekend om haar gruwelijke martelpraktijken.
Aan het einde van de oorlog staken de Duitsers het Scholtenhuis in brand, tot grote teleurstelling van de Groningers die deze klus zelf hadden willen doen.

Nu, na vele jaren, is er een gedenksteen geplaatst op de plek waar ooit het Scholtenhuis stond. In die steen is een tekst gegraveerd in de vorm van een gedicht en die luidt als volgt:

Hier stond het huis van nazisme
van hakenkruis en van SS
Hier gaven zij germaanse les
in gruwelijke sadisme
Hier hebben zij die voor de vrijheid streden
onmenselijk geleden.

www.scholtenhuis.nl



donderdag 27 september 2012

Later is allang begonnen

"Als ik het over kon doen, dan wist ik het wel!"
Hoe vaak heeft deze vraag niet in mijn oren geklonken?
Hoe vaak ben ik al bij mij zelf te rade gegaan?
Waarom heb ik die aanbieding van profvoetballer niet aangenomen?
Waarom ben ik geen timmerman geworden?
Dominee misschien, of koster?
Ik droomde ooit om een BOP te zijn, een bewust ongehuwde papa, of die andere BOB, maar de meters bier waren te aanlokkelijk.
Soms word ik gek van die mensen, die overal bij moeten zijn.
Die als een idioot achter een ambulance aan rijden en ter plekke keet gaan schoppen.
Die mensen, die geen feestje kunnen overslaan en het liefst op kosten van de ander.
De verlopen hippie, lurkend aan een joint en die eeuwige student..
Greenpeace, save the earth, of kinderboekenschrijver, een hele muil vol met letters.
"Ach, was ik maar bij moeder thuis gebleven," nog zo'n groep klaplopers.
Salvation, in de voetsporen van Jezus..kun je beter een enkeltje klooster nemen.



" Ach lieve mensen," zei Mies zo vaak, maar ik vraag me nog steeds af op ze het wel meende
Strevend naar later, naar het oud zijn, als de tijd is gekomen om de lotgenoten vaarwel te zeggen.
"Het is altijd later, Frans," zei opa.
"De mensen willen graag oud worden, maar niemand wil het zijn."
Wat een wijsheid en wat een waarheid.
Later is allang begonnen.

vrijdag 24 augustus 2012

De schrijver kan niet dichten

Gisteren hoorde ik dat een schrijver niet kan dichten,
 maar...
ik heb een potlood, zei de timmerman..
maar...
wel eentje waar ik niet mee schrijven kan.
Ieder zijn talent, wie je dan ook bent,
dicht ik dan maar...hoewel ik wel schrijven kan,
net zoals die timmerman.
met een potlood om te krassen
en een keet voor het klaverjassen
Ook fluit ik naar de vrouwen
leg ik de balken in het lood
maar eens zal het berouwen
moet ik leven van het water
en eet ik nog enkel brood
hartstikke dood,
viel de piloot
omdat hij in de cockpit zat te dichten
over schitterende vergezichten
en toen het water veranderde in rode wijn
wilde ik enkel nog een schrijver zijn.