Translate
vrijdag 21 februari 2014
zigzagzager: De nachttrein
zigzagzager: De nachttrein: Haar gevoel was onbestemd, maar ook onbekend. Ze baande zich een weg door het verwilderde bos, als werd ze getrokken door een magneet die ha...
De nachttrein
Haar gevoel was onbestemd, maar ook onbekend. Ze baande zich een weg door het verwilderde bos, als werd ze getrokken door een magneet die haar naar de onheilsplek leidde.
"Felicia, Felicia, waar ben je,? hoorde ze een wanhopige en met angst vervulde stem, maar Felicia reageerde niet. Steeds verder weg klonk de stem, tot ze het niet meer hoorde.Beelden spookten door haar jonge en knappe hoofd, beelden van die oude man met zijn kale vierkante hoofd en grijze stoppelbaard. Zijn grijsgroene en koud starende ogen zou zij nooit meer vergeten. Dagenlang had hij rondgedoold in het vredige gehucht waar zij was opgegroeid met Martha, haar beste vriendin. Nu was Martha dood, gevonden na een lange zoektocht in het immens grote bos. Vermoord, verminkt, verkracht. De oude man was verdwenen.
Felicia beende door, tot ze de kuil had gevonden die de laatste plek voor Martha had moeten zijn. Hijgend stond ze stil en ondanks de warmte van de zomerzon voelde haar lichaam koud. Haar blonde haren plakten tegen haar bezweette wangen, maar Felicia voelde het niet. Starend naar de kuil zag zij hem steeds maar weer, als een hamer in haar hoofd bonkte hij op haar in, maar haar geest overwon de angst die zij niet accepteerde. Een krassende kraai scheerde rakelings over haar heen en landde een eindje verderop. Uitdagend en schreeuwend keek de zwarte vogel haar aan, maar Felicia was niet bang. Zij kende geen vrees voor de dood, slechts medeleven en boosheid. Zij pakte de dikste tak die zij kon vinden en sloeg hard in op het beest dat na de eerste klap doodstil bleef liggen Felicia vertrok en keek nog een keer om, niet naar de kuil maar naar de kraai, gespiest aan een stok en hangend boven de kuil.
Het was tien jaar later. Felicia zat achter haar keurig opgeruimde bureau en keek doelloos door het getraliede raam naar de strakblauwe lucht. Er werd op de deur geklopt en een jonge man kwam binnen, gevolgd door een oude man, geboeid, een kaal vierkant hoofd en een grijze stoppelbaard. Zijn ogen waren grijsgroen, stonden koud en vonden die van psychiater Felicia. In haar ogen brandde vuur, vuur van haat en woede en de oude man signaleerde het. Op zijn gerimpelde gelaat verscheen een glimlach die geen glimlach was. Een stuiptrekking, een vertaling van zijn geweten zonder emotie, hersenen die alleen maar konden denken in het ego, de bevrediging van het " ik-zijn", het wilde dier, het monster.
De volgende dag was de stoel achter het bureau leeg.
Felicia was verdwenen en niemand wist waar heen.
In de verte klonk een stem, vervuld van wanhoop en angst... "Felicia, Felicia, waar ben je?", maar Felicia hoorde het niet. Steeds verder weg klonk die stem, tot ze het niet meer hoorde en Felicia beende door met beelden in haar hoofd, die bonkten als een hamer. Beelden van die oude man met zijn kale vierkante kop en grijze stoppelbaard. Koude en uitdrukkingsloze ogen probeerden haar te doorboren, maar Felicia rende door, op weg naar haar doel, haar bestemming, die zij nooit zou vinden.
Frank
"Felicia, Felicia, waar ben je,? hoorde ze een wanhopige en met angst vervulde stem, maar Felicia reageerde niet. Steeds verder weg klonk de stem, tot ze het niet meer hoorde.Beelden spookten door haar jonge en knappe hoofd, beelden van die oude man met zijn kale vierkante hoofd en grijze stoppelbaard. Zijn grijsgroene en koud starende ogen zou zij nooit meer vergeten. Dagenlang had hij rondgedoold in het vredige gehucht waar zij was opgegroeid met Martha, haar beste vriendin. Nu was Martha dood, gevonden na een lange zoektocht in het immens grote bos. Vermoord, verminkt, verkracht. De oude man was verdwenen.
Felicia beende door, tot ze de kuil had gevonden die de laatste plek voor Martha had moeten zijn. Hijgend stond ze stil en ondanks de warmte van de zomerzon voelde haar lichaam koud. Haar blonde haren plakten tegen haar bezweette wangen, maar Felicia voelde het niet. Starend naar de kuil zag zij hem steeds maar weer, als een hamer in haar hoofd bonkte hij op haar in, maar haar geest overwon de angst die zij niet accepteerde. Een krassende kraai scheerde rakelings over haar heen en landde een eindje verderop. Uitdagend en schreeuwend keek de zwarte vogel haar aan, maar Felicia was niet bang. Zij kende geen vrees voor de dood, slechts medeleven en boosheid. Zij pakte de dikste tak die zij kon vinden en sloeg hard in op het beest dat na de eerste klap doodstil bleef liggen Felicia vertrok en keek nog een keer om, niet naar de kuil maar naar de kraai, gespiest aan een stok en hangend boven de kuil.
Het was tien jaar later. Felicia zat achter haar keurig opgeruimde bureau en keek doelloos door het getraliede raam naar de strakblauwe lucht. Er werd op de deur geklopt en een jonge man kwam binnen, gevolgd door een oude man, geboeid, een kaal vierkant hoofd en een grijze stoppelbaard. Zijn ogen waren grijsgroen, stonden koud en vonden die van psychiater Felicia. In haar ogen brandde vuur, vuur van haat en woede en de oude man signaleerde het. Op zijn gerimpelde gelaat verscheen een glimlach die geen glimlach was. Een stuiptrekking, een vertaling van zijn geweten zonder emotie, hersenen die alleen maar konden denken in het ego, de bevrediging van het " ik-zijn", het wilde dier, het monster.
De volgende dag was de stoel achter het bureau leeg.
Felicia was verdwenen en niemand wist waar heen.
In de verte klonk een stem, vervuld van wanhoop en angst... "Felicia, Felicia, waar ben je?", maar Felicia hoorde het niet. Steeds verder weg klonk die stem, tot ze het niet meer hoorde en Felicia beende door met beelden in haar hoofd, die bonkten als een hamer. Beelden van die oude man met zijn kale vierkante kop en grijze stoppelbaard. Koude en uitdrukkingsloze ogen probeerden haar te doorboren, maar Felicia rende door, op weg naar haar doel, haar bestemming, die zij nooit zou vinden.
Frank
woensdag 22 januari 2014
zigzagzager: Als ik God was
zigzagzager: Als ik God was: Het oude kerkhof is verlaten en stil in de schemerige avond. Het is een koude dag in januari, als een eenzame ziel zich schoorvoetend beweeg...
Als ik God was
Het oude kerkhof is verlaten en stil in de schemerige avond. Het is een koude dag in januari, als een eenzame ziel zich schoorvoetend beweegt tussen de scheve en slecht onderhouden graven. Aan het einde van het pad knielt de kleine en kromme gestalte in het grind, bij iets dat lijkt op een graf. Ze vouwt haar vingers ineen en staart verbitterd naar het onkruid tussen de vier, haast vergane bielzen. "Het spijt me, jongen," fluisteren haar droge lippen. "Ik heb geen centen voor een houten kruis." Vergeefs en tegen beter weten in, wacht ze op het antwoord van Jens dat niet zal komen. Haar kraaienogen bewegen zich heen en weer en staan stil bij de witte stenen van de Canadese vliegeniers. "Per ardua ad astra," leest ze en weet wat het betekent. "Vol strijd naar de sterren." Vreemd, dat haar jongen hier in de aarde ligt en toch voorgoed is gegaan. Ooit had ze de gedachte gehad hem uit te graven en mee te nemen naar haar kleine huis, ver buiten het dorp, maar ze had het niet gedurfd. Een schaduw viel over haar heen, verschrikt keek ze om en zag ze het grijnzende gelaat van de koster. Een nare man, was hij, die haar griezelverhalen vertelde, terwijl hij kuilen aan het graven was en een boterham met pindakaas kauwde. "Mevrouwtje, mevrouwtje, 33 graden was het, toen ik in de gaten kreeg dat ik hem niet diep genoeg had begraven. Maar ja, toen was het te laat, ja toch, mevrouwtje?" Steeds weer liet zij hem maar praten, niet bij machte hem een weerwoord te geven. Maar denken kon ze wel en niemand wist wat zij dacht. Moeizaam stond het vrouwtje op, haar ogen schitterden als diamanten, als sterren in de heldere nacht en geschrokken stapte de pastoorsknecht achteruit. Haar smalle lippen bewogen en moeizaam sprak ze haar woorden. "Als jij dacht dat je denkt te weten wat ik denk, denk ik, dat jij denkt dat iedereen denkt met dezelfde gedachte." Verbijsterd keek de koster naar het vuur in haar kraaienogen en de angst sloeg om zijn hart. Jaren vol van ellende had hij op dit kerkhof ervaren, maar nog nooit was hij zo bang geweest. " Wwwat ddenkt u ddan, mevrouw?" Zijn stem klonk schor en nogmaals deed hij een paar passen naar achteren. Nu was het vuur vol van haat, dat in haar ogen brandde. De drie woorden, die zij sprak klonken als het knallen van een zweep en het waren haar laatste woorden ooit. "Als ik God was.."
"Als ik God was, dan wist ik het wel."
Woorden van frustratie, haat, angst en onmacht.
Maar ook woorden van hoop en geloof in Hem, dat Hij snel mag komen om ons te redden van de ondergang op een bedorven moeder aarde en de deur zal openen naar zijn Koninkrijk.
Frank
"Als ik God was, dan wist ik het wel."
Woorden van frustratie, haat, angst en onmacht.
Maar ook woorden van hoop en geloof in Hem, dat Hij snel mag komen om ons te redden van de ondergang op een bedorven moeder aarde en de deur zal openen naar zijn Koninkrijk.
Frank
vrijdag 20 december 2013
Oermens
De vijftiger zat, na een dag vol van inspanning, de regionale krant van gisteren te lezen in zijn favoriete fauteuil. "Who wants yesterdays papers,"zongen de Stones in de jaren zestig,maar hem boeide het niet. Zijn leefervaring had hem geleerd dat de geschiedenis zich herhaalt, dag na dag, jaar na jaar. Het zei iets over de toestand van zijn gemoed. Hij was een rustige man geworden, zonder al te veel zorgen en even gluurde hij over de rand van het papier en keek hij naar zijn geweldige vrouw die de Burda bestudeerde, De krant en het tijdschrift waren wederkerende rituelen, net zoals het roken van de pijp. die geurde naar toffee.
Het plotseling opkomend gevoel in zijn lichaam, kon zijn geest niet plaatsen, maar was hem niet onbekend. Het was een overschrijding van de tijd, een enorme sprong naar het verleden, zijn jeugd, de jaren van kinderlijke onbezorgdheid. Een verlangen, dat werkte als een rem op de weg naar het bejaard worden, wie weet wel een demente en de gedachte bezorgde hem de rillingen over zijn lijf. Even overwoog hij zijn gevoelens te delen met zijn vrouw Elizabeth, maar overtuigd als hij al was van haar antwoord, hield hij zich wijselijk stil. "Het zal de leeftijd wel wezen, Harry," zou ze zeggen en hij wist dat ze gelijk had. Zijn blik richtte zich weer op zijn krant en een herinnering van een kwajongen kwam boven. Nooit zou hij meer vergeten hoe zijn vader in de rokersstoel zat de Twentsche Courant te lezen en hij, Harry, die zelfde krant had aangestoken met een Zwaluw lucifer.Hoe dankbaar was hij de Heer geweest dat een eind verderop een hooiberg had gestaan waarin hij zich een halve dag had verstopt.
Harry vouwde de krant tot een pakketje, gooide het in de kachel en liep toen naar de oude grammofoonspeler. Even keek Elizabeth op van haar tijdschrift en hij beantwoordde haar blik met een uitdagende knipoog. Harry poetste de langspeelplaat met zijn mouw en het blauwe label van Decca werd weer toonbaar, Even later klonk de rauwe stem van Mick Jagger door de warme huiskamer met 'Time is on my side.' Hij pakte de hand van zijn vrouw, schoof met zijn voet wat stoelen aan de kant en leidde haar naar het midden van de kamer. Met zijn neus in haar roodbruine haren schuifelden ze in de nacht.Hij rook de geuren van het bos, de vogels, de konijnen en de vos. Hij rook de modder, de bladeren in de herfst, het kampvuur en de muffe tent, de geur van de bloeiende heide na een verfrissende bui en heel even was hij weer Harry Tarzan met zijn Jane Elizabeth.
Harry en Elizabeth wilden niet terug naar het verleden. Ze genoten van de momenten van tevredenheid, het proces van het ouder worden, de zon, de regen, sneeuw en de dauw in de prille ochtend. Ze geloofden in het leven, de echtheid van het bestaan en in een nieuwe wereld en...zeker, jazeker, ze leefden nog heel erg lang en gelukkig.
Frank
Het plotseling opkomend gevoel in zijn lichaam, kon zijn geest niet plaatsen, maar was hem niet onbekend. Het was een overschrijding van de tijd, een enorme sprong naar het verleden, zijn jeugd, de jaren van kinderlijke onbezorgdheid. Een verlangen, dat werkte als een rem op de weg naar het bejaard worden, wie weet wel een demente en de gedachte bezorgde hem de rillingen over zijn lijf. Even overwoog hij zijn gevoelens te delen met zijn vrouw Elizabeth, maar overtuigd als hij al was van haar antwoord, hield hij zich wijselijk stil. "Het zal de leeftijd wel wezen, Harry," zou ze zeggen en hij wist dat ze gelijk had. Zijn blik richtte zich weer op zijn krant en een herinnering van een kwajongen kwam boven. Nooit zou hij meer vergeten hoe zijn vader in de rokersstoel zat de Twentsche Courant te lezen en hij, Harry, die zelfde krant had aangestoken met een Zwaluw lucifer.Hoe dankbaar was hij de Heer geweest dat een eind verderop een hooiberg had gestaan waarin hij zich een halve dag had verstopt.
Harry vouwde de krant tot een pakketje, gooide het in de kachel en liep toen naar de oude grammofoonspeler. Even keek Elizabeth op van haar tijdschrift en hij beantwoordde haar blik met een uitdagende knipoog. Harry poetste de langspeelplaat met zijn mouw en het blauwe label van Decca werd weer toonbaar, Even later klonk de rauwe stem van Mick Jagger door de warme huiskamer met 'Time is on my side.' Hij pakte de hand van zijn vrouw, schoof met zijn voet wat stoelen aan de kant en leidde haar naar het midden van de kamer. Met zijn neus in haar roodbruine haren schuifelden ze in de nacht.Hij rook de geuren van het bos, de vogels, de konijnen en de vos. Hij rook de modder, de bladeren in de herfst, het kampvuur en de muffe tent, de geur van de bloeiende heide na een verfrissende bui en heel even was hij weer Harry Tarzan met zijn Jane Elizabeth.
Harry en Elizabeth wilden niet terug naar het verleden. Ze genoten van de momenten van tevredenheid, het proces van het ouder worden, de zon, de regen, sneeuw en de dauw in de prille ochtend. Ze geloofden in het leven, de echtheid van het bestaan en in een nieuwe wereld en...zeker, jazeker, ze leefden nog heel erg lang en gelukkig.
Frank
woensdag 19 juni 2013
Lijden voor gezond verstand
37 jaar heeft het leven geduurd van de zoon van een dominee, Vincent van Gogh, die aanvankelijk theologie zou gaan studeren. Het 'gekke menneke van Nuenen,' die een medicijn tegen geslachtsziekte gebruikte voor glans op zijn schilderijen, ging zijn eigen weg.
Met een verward hoofd en gouden hand creƫerde hij zijn eigen stijl, het post-impressionisme, ondergewaardeerd in zijn tijd van leven.
In het Kroller-Muller Museum zag ik voor het eerst in mijn leven een aantal werken van de meester, waaronder 'de Aardappeleters.'
De Aardappeleters vertelt mij het levensverhaal van Vincent van Gogh. De verweerde gezichten met harde en verbeten lijnen van de hard werkende boeren behoeven geen tekst of uitleg. Net als de gouden korenaren en de bloemenvelden, die zijn dromen verbeelden.
Vincent, de eenling, was een man van het volk, maar wilde er niet bij horen. Hij droomde in een 'starry night' over unieke prestaties en roem, uiteindelijk verwezenlijkt zonder het zelf te beseffen. Hoe triest het leven van een grootheid was.
Met een verward hoofd en gouden hand creƫerde hij zijn eigen stijl, het post-impressionisme, ondergewaardeerd in zijn tijd van leven.
Vincent was een man van het gewone volk, de mijnwerkers en de boeren, wat ook vaak terug te vinden is in zijn werk. Slechts een schilderij heeft hij verkocht, de rode Wijngaard. Het getuigt van zijn klasse en doorzettingsvermogen, maar ook hoe zwaar zijn korte leven is geweest.Jarenlang balanceerde hij tussen krankzinnigheid en gezond verstand, he suffered for his sanity.
In het Kroller-Muller Museum zag ik voor het eerst in mijn leven een aantal werken van de meester, waaronder 'de Aardappeleters.'
De Aardappeleters vertelt mij het levensverhaal van Vincent van Gogh. De verweerde gezichten met harde en verbeten lijnen van de hard werkende boeren behoeven geen tekst of uitleg. Net als de gouden korenaren en de bloemenvelden, die zijn dromen verbeelden.
Vincent, de eenling, was een man van het volk, maar wilde er niet bij horen. Hij droomde in een 'starry night' over unieke prestaties en roem, uiteindelijk verwezenlijkt zonder het zelf te beseffen. Hoe triest het leven van een grootheid was.
zaterdag 1 juni 2013
Een broertje dood
Zoals altijd na een drama, valt weer de stilte. Geen media, geen stem van het volk.
De broertjes zijn begraven, net als de vader.
Aan een jarenlang gevecht is een einde gekomen, een nieuwe periode voor nieuwe gevechten is aangebroken, waar hulpverleningsinstanties elkaar als vanouds voor de voeten zullen lopen en profileren dat ze wederom niets hebben geleerd. Ouders tot wanhoop drijvend, vechten ze onderling om gelijk te halen
Maar hoe moet of kan het dan wel?
Is het aan een pedagoog te praten of te luisteren?
Moet zij of hij graven of is de blik gericht naar de toekomst?
Is de opvoeding voor het kind of misschien ook wel de ouders?
Worden er mouwen gestroopt, of beweegt alleen de pen op het papier?
Blijft het individu hulpverlener heilig, of staat het open voor een andere mening?
Een hand van vertrouwen
Vertrouwen in de helpende hand die wordt toegestoken.
Vertrouwen in de tijd die de wonden kan genezen.
Vertrouwen in het fenomeen gezin als hoeksteen van onze samenleving, dat leidt tot sociale omgang in maatschappij en samenleving.
Die helpende hand is ondersteunend en leidend, maar niet bepalend.
Die hand moet niet machtig of dreigend zijn, maar zacht, streng en rechtvaardig.
Die hand, met eelt en de wijsheid en kracht van een ervaren en goed leven, dat waard is om geleefd te worden.
Die hand slaat niet, Hij wijst de weg.
De broertjes zijn begraven, net als de vader.
Aan een jarenlang gevecht is een einde gekomen, een nieuwe periode voor nieuwe gevechten is aangebroken, waar hulpverleningsinstanties elkaar als vanouds voor de voeten zullen lopen en profileren dat ze wederom niets hebben geleerd. Ouders tot wanhoop drijvend, vechten ze onderling om gelijk te halen
Maar hoe moet of kan het dan wel?
Is het aan een pedagoog te praten of te luisteren?
Moet zij of hij graven of is de blik gericht naar de toekomst?
Is de opvoeding voor het kind of misschien ook wel de ouders?
Worden er mouwen gestroopt, of beweegt alleen de pen op het papier?
Blijft het individu hulpverlener heilig, of staat het open voor een andere mening?
Een hand van vertrouwen
Vertrouwen in de helpende hand die wordt toegestoken.
Vertrouwen in de tijd die de wonden kan genezen.
Vertrouwen in het fenomeen gezin als hoeksteen van onze samenleving, dat leidt tot sociale omgang in maatschappij en samenleving.
Die helpende hand is ondersteunend en leidend, maar niet bepalend.
Die hand moet niet machtig of dreigend zijn, maar zacht, streng en rechtvaardig.
Die hand, met eelt en de wijsheid en kracht van een ervaren en goed leven, dat waard is om geleefd te worden.
Die hand slaat niet, Hij wijst de weg.
Abonneren op:
Posts (Atom)
